Olandese in 90 Giorni

Giorno 22 - Routine Quotidiane

Advertisement

Vocabolario del Giorno

wakker worden

(svegliarsi)

opstaan

(alzarsi)

ontbijten

(fare colazione)

zich aankleden

(vestirsi)

zich wassen

(lavarsi)

borstelen

(spazzolare)

naar het werk gaan

(andare al lavoro)

werken

(lavorare)

lunchen

(pranzare)

rusten

(riposare)

terug naar huis gaan

(tornare a casa)

koken

(cucinare)

avondeten

(cenare)

televisie kijken

(guardare la televisione)

lezen

(leggere)

studeren

(studiare)

trainen

(allenarsi)

douchen

(fare la doccia)

tanden poetsen

(lavarsi i denti)

naar bed gaan

(andare a letto)

slapen

(dormire)

advertisement