German Woord van de dag
tisch
/TISCH/ • noun — 10 mrt, 2026
Luister naar uitspraak
Betekenis: een meubelstuk met een vlakke bovenkant en poten, gebruikt om dingen op te plaatsen of aan te eten.
Voorbeelden
- Der Tisch ist aus Holz.
(De tafel is van hout.) - Ich habe den Tisch gedeckt.
(Ik heb de tafel gedekt.) - Wir sitzen am Tisch und essen gemeinsam.
(We zitten aan de tafel en eten samen.)
Synoniemen
- Tafel
- Tischplatte
Het woord 'tisch' wordt vaak gebruikt in de context van meubels, vooral in combinatie met andere woorden zoals 'essen' of 'arbeiten', waar een tafel als centrale plek dient.
Spel van vandaag: word_search — Nu Spelen
Recente woorden
| Datum | Woord | Betekenis |
|---|---|---|
| 2026-03-13 | kennen | kennen betekent het zijn van een persoon of een pl... |
| 2026-03-12 | Hundefutter | voer voor honden |
| 2026-03-09 | Buch | een boek; een geschreven of gedrukte verzameling p... |
| 2026-03-08 | Wasser | H2O, een kleurloze, geurloze en smaakloze vloeisto... |
| 2026-03-07 | schön | mooi |
Ontvang deze per e-mail
Ontvang elke dag een nieuw woord in je inbox!
Gratis abonneren